Nachtvlinders en Dagengelen

Colien Langerwerf heeft in relatief korte tijd een indrukwekkend oeuvre weten op te bouwen. Haar complete werk is onderverdeeld in verschillende series portretten, voortkomend uit een bepaalde periode. Hoewel elke serie hun eigen titel en thematiek heeft kent het werk toch een zekere continuïteit. In krachtige en kleurrijke composities toont Langerwerf voornamelijk vrouwen in hun belangrijkste archetypische verbeelding. Zij vormen de rode draad binnen het oeuvre en zijn de verbindende factor tussen de verschillende thema’s.
De schilderijen hebben een enorme evocatieve kracht, grotendeels bereikt door een frictie tussen vormgeving en verbeelding. In heldere, vaak duizelingwekkende kleuren en rijkelijk gedecoreerd met ornamenten en symbolen, plaatst Colien Langerwerf in essentie de figuur. In een onbestemde omgeving, krap gekaderd, vullen de figuren met minimale poses het beeld. Dit alles wordt nog extra benadrukt door het gebruik van aureolen in contrastkleuren.
Het spanningsveld tussen vorm en inhoud, puurheid en pose werd al in de eerste reeks aangehaald en vervolgens steeds verder uitgediept.

In ‘Saloonbabes’ (2000/2002), waarin zij intieme vrouwenportretten schildert laat Langerwerf een steeds wederkerende dualiteit ontstaan tussen uiterlijke ondeugden en innerlijke onschuld, of liever gezegd: tussen persoon en personage. Glamoureuze portretten van vrouwen met glanzende haren en volle monden omrand door paradijselijke bloemenpracht kunnen niet verhullen dat het onderhuids wrikt.

In ‘Sinners and Saints’ (2002/2004) een serie werken waarin vrouwen uit de klassieke, Keltische en christelijke mythologie neergezet worden in een sjamanistische context, worden kracht en kwetsbaarheid haarfijn geregistreerd. Soms strijdlustig, soms lijdzaam, dan weer uitdagend of passief maar altijd de hoofdpersoon.

Gebruik makend van sterke contouren en complementaire kleuren geeft Langerwerf de vrouwen een grote emotionele afstand. Ze blijven onbereikbaar, hoe frontaal of brutaal ze de toeschouwer ook aankijken.

De meest recente serie heeft als titel ‘Nachtvlinders en Dagengelen’. Net als in de voorgaande series zoekt Colien Langerwerf ook hier het spanningsveld tussen vorm en inhoud maar gaat ze subtielere stijlmiddelen hanteren. Ze breekt met het kakelbont van heftige kleuren en ontwikkelt een bijna monochroom, genuanceerd palet. Verf wordt net zolang uitgepoetst tot er een transparante huid ontstaat. De aureolen die in eerdere werken de personen omlijsten, zijn naar beneden verplaatst . Ook worden ze niet meer in contrastkleur geschilderd. waardoor ze hun goddelijke symboliek verliezen en een aardser karakter krijgen.

De gespletenheid vertaalt zich nu letterlijk in twee verschillende richtingen. Enerzijds de Nachtvlinders, vrouwen met hun verlangens en hun verleden en anderzijds de Dagengelen, kinderen met hun hoop en hun toekomst. De Nachtvlinders lijken uit het duister op te doemen naar het licht. Geschilderd in okers en bruinen lijken de vrouwen één te zijn met de omgeving. Dit werkt enorm beklemmend. De Dagengelen daarentegen wijken terug vanuit het licht. In zeer transparante tedere lichte kleuren lijken de engelen te zweven. Boven hun hoofden is meer ruimte; alles staat nog open. De Nachtvlinders echter hebben het plafond al bereikt. Zoals de meeste tegenpolen versterken ook de Nachtvlinders en de Dagengelen elkaar en bereikt Colien Langerwerf met een geconcentreerde compositie en een beperkt coloriet een boeiende sybiose.

Jose de Lange